Mijn kolossale journalistieke doodszonde

Geplaatst op 29 June, 2009 
Bewaard onder What the vak

jeugdlandmetmargesCommunicatie is een ingewikkeld proces tussen zender en ontvanger. Meestal met een subtiele boodschap tussen de regels door. Journalistiek daarentegen is meer eerlijke feiten geven. Like it or not. Deze waarheidsvinding maakt journalisten nobeler en belangrijker voor de samenleving dan communicatiecollega’s.

Dat dacht ik tenminste als 20-jarig groentje dat net in de journalistiek begon. Totdat ik getuige was van een feit dat ik eerlijk had moeten ‘geven’, wat ik niet deed. Nu, 29 jaar later, wil ik mijn meest kolossale journalistieke doodszonde rechtzetten. Omdat het de journalistiek en het vak van communicatie dichter bij elkaar brengt.

Persmoment
Als stadsverslaggever werd ik in de zomer naar Ahoy’ gestuurd waar al een paar weken Jeugdland aan de gang was. Het honderdduizendste kind werd vandaag verwacht, de communicatiemensen en directeur T. hadden daar een persmoment van gemaakt. De cassières hielden de teller in de gaten terwijl de verzamelde journalisten en fotografen in de VIP-room zaten te wachten op de binnenkomst van een nietsvermoedend honderdduizendste kind met ouder. Daar zwaaide de deur open. Er kwam een rolstoel binnen met daarin een spastisch bewegend jochie en een bebaarde begeleider. Directeur T. sprong op, maakte wegwerpgebaren en schreeuwde: “Wat krijgen we nou? Dit kan toch niet. Heren fotografen, wacht even!” En tegen de communicatiemensen: “Een ander kind! Haal een ander kind!” Gevolgd door nog wat krachttermen.

Geschokt
De begeleider draaide zich werktuiglijk om en reed zijn kronkelende pupil weer de VIP-room uit. Ik was geschokt. De fotografen en andere schrijvende journalisten ook, denk ik achteraf. Binnen een minuut liep een ander kind binnen, met vader en moeder. De verslaggevers noteerden hun namen en wat korte quootjes, de camera’s knipten. T. hield een enthousiast verhaaltje over Jeugdland als de manier om kinderen met armlastige ouders iets moois te bieden in de lange zomervakantie.
Na afloop besprak ik het incident vluchtig met mijn collega’s op het voorplein van Ahoy’. Wat gaan jullie doen? Zelf hield ik me op de vlakte. Zij ook. Ze wilden er nog even over nadenken. Op de redactie schreef ik een keurig verhaaltje over een leuke happening. Ik wist niet hoe ik het echte verhaal moest opschrijven. Beter gezegd: ik durfde het niet. De collega’s van de huis-aan-huisbladen, een avondkrant en een grote ochtendkrant blijkbaar ook niet, want ik las de volgende dag niets over het incident. Het gezonde kind was het 100.001-ste kind, maar voor het gemak stond er 100.000.

Klacht
Het tehuis van het spastische kind diende een klacht in tegen T. bij de wethouder Sportzaken. Deze liet T. keurig afvloeien want er waren meer dingen mis met deze man. Hij kreeg een kort bericht in mijn krant. Gewoon, dat hij afscheid nam wegens de VUT of zo. Ik weet niet meer of ik dat zelf nog heb getikt.
Ik vond mezelf zeer onprofessioneel. En de anderen ook. Later heb ik op de redactie hetzelfde zien gebeuren met sportjournalisten die precies wisten hoeveel epo er werd geslikt maar er geen letter over schreven en boos werden als collega’s erover begonnen. Of politiek verslaggevers die zo goed afspraken maakten met voorlichters en politici over bepaalde publicaties dat er uiteindelijk niet veel werd gepubliceerd. Ik heb nog een grote visschaal van Nederlands beste visboer Jan D. Schmidt plechtig geweigerd tijdens een interview (‘Nee dank u, ik wil onafhankelijk over u kunnen schrijven’) waarna mijn fotograaf de schaal gretig aannam en de vis uitdeelde op de redactie (‘Die Schilder heeft ‘m geweigerd, hij wil onafhankelijk blijven haha…’).
Ach, ik zou dat spastische jongetje en zijn begeleider graag nog een keer willen zien. Terwijl ik dit schrijf komt er weer een traan op mijn ogen. Ik vraag me nog steeds af hoe die begeleider zijn joch heeft opgevangen. En wat dachten die cassières? Ik zou op mijn knieën gaan en mijn meest diep gevoelde excuses willen aanbieden. En ik zou zeggen dat journalistiek misschien toch hetzelfde is als communicatie: een ingewikkeld proces tussen zender en ontvanger.

Reacties

Een Reactie to “Mijn kolossale journalistieke doodszonde”

  1. Bart van Leeuwen on October 30th, 2009 10:34 am

    Mooi verhaal, Berend. Wie was die fotograaf?

Laat je reactie achter!