Eigen wereldje (2)

Geplaatst op 14 October, 2009 
Bewaard onder Uncategorized

jongensWie in zijn eigen wereldje zit, kan lastig communiceren met anderen. U weet het nu wel: A wil iets kwijt aan B en ontdekt dat B het allemaal verkeerd begrijpt of helemaal niet luistert. Een wereld die hier ontzettend veel last van heeft is de wetenschap.

Dat lijkt te komen doordat wetenschap moeilijk is en dus moeilijk om helder uit te leggen. Maar andere werelden zijn ook moeilijk en toch lukt het deze werelden vaak wel om mensen te binden, boeien en overtuigen. Wat gaat er dan mis als wetenschappers communiceren?

De beste communicatie vindt plaats via het gevoel, de emotie, zo weet iedereen die in het vak zit. Autoreclame gaat al lang niet meer over motorvermogen en wegligging, maar over vrijheid, eigenzinnigheid, esthetiek of kleine mannetjes die hun gebrek willen compenseren met een Hummer. Vul voor ‘auto’ in ‘wetenschap’ en je komt misschien uit op gevoelens van fascinatie, heilig ontzag of hoop op iets beters.
Het besef dat ook wetenschap allereerst zijn weg vindt via de onderbuik en het hart, niet via het hoofd, is weliswaar redelijk doorgedrongen maar in de praktijk merken we er weinig van. Natuurlijk zetten briljante, zeer communicatieve wetenschappers als Vincent Icke en Robbert Dijkgraaf hun beste beentje voor. In gewone mensentaal proberen zij hun fascinatie voor de natuur over te brengen. Het is jammer dat zij zo klein worden gehouden in knellende tv-formats met neurotische, zelfzuchtige interviewers en quizmasters.

Kabaal
Maar er is meer aan de hand. Ook de wetenschap zelf lijkt moeite te hebben om de ware fascinatie op te roepen bij mensen. Wie een museum of expocentrum in loopt, raakt bevangen door hetzelfde kabaal en chaotische geglitter dat we aantreffen op televisie. Kinderen draaien als bezetenen aan hendeltjes, donkere tunnels leiden naar weer iets multimediaals of naar een hemelkoepel waar een goedbedoelende sterrenwacht vertelt welke hemellichamen we allemaal zien. Wie ze al kent, vindt alleen bevestiging. Wie nog van niks weet, neemt alles voor kennisgeving aan. In hun zucht naar communiceren lijken wetenschappers nog geestdriftiger de plank mis te slaan dan televisiemakers. De sterrenwacht in Dwingeloo vertoont binnenkort een film over optredens van Cirque du Soleil. Het gaat over de verschillende levensfases of zo. Of misschien wel over het dydactische failliet van een sterrenwacht.

Anders
Hoe het anders kan, is te zien op Youtube. Daar is een filmpje uit 1977 dat de fascinatie voor wetenschap wel opwekt. En niet zo’n beetje ook. Eerst zien we een picknickend echtpaar in een park in Chicago. De camera hangt er een meter boven. Dan zoomt hij uit tot tien meter hoogte, honderd meter, duizend meter. Telkens maal tien. In slechts tweeëntwintig stappen zien we ons sterrenstelsel al niet meer. Daarna zoomen we weer terug naar het stel in het park. Tot diep in de huid van de man, ook tien maal tien maal tien etc.. Dit filmpje (‘Powers of Ten’) is gemaakt door nota bene een Amerikaans architectenechtpaar, naar een idee dat de Nederlandse wetenschapper Kees Boeke al had in 1957! Het filmpje is geloof ik één keer op tv geweest, heel terloops tijdens Zomergasten van de VPRO.

Lippen
Mijn zoontje van acht hing aan mijn lippen toen ik hem vertelde over de zon en de aarde. Ik zei dat de lamp in het midden van zijn slaapkamer de zon was, en hield een appel drie meter verderop. Dat was de aarde. Hij wilde alles weten en heeft nu een kleine globe. Ik ben een keer met een skippybal naar het einde van de straat gelopen want zo ver staat de zon, vergeleken met zijn globe.
Morgen vertel ik hem dat atomen helemaal niet lijken op die gekke ronddraaiende balletjes die hij in Dwingeloo op een scherm heeft zien dansen en niet begreep. Ik trouwens ook niet. Het volgende zal hij wel begrijpen: als de kern van een atoom zo groot is als zijn voetbal, draaien de elektronen zo groot als zijn hockeybal op vijfhonderd kilometer afstand eromheen. Die dingen roetsjen rondjes over Parijs, Oosteuropa, Scandinavië en de Atlantische Oceaan. Powers of Ten maar dan naar binnen toe. Zo leeg is dus een atoom. Zo leeg als twee dagen rijden naar onze camping in Tsjechië. Hoe dat kan, komt later nog wel eens. Hij heeft allicht de fascinatie gevoeld om dit later te willen begrijpen. Waarom stampen musea en expocentra onze hoofden vol met het periodiek systeem, nietszeggende proefjes achter plexiglas, restanten van Skylab en overdonderende promobeelden van de fima Nasa?
O ja, overmorgen vertel ik hem dat pappa met de auto in een uurtje rijden in het heelal is (als ik recht omhoog rijd) en dat astronauten helemaal niet gewichtloos zijn in de ruimte. Welnee, ze wegen bijna net zo veel als op aarde. Ze vallen dus net als een parachutist met een noodgang naar beneden, waardoor ze lijken te zweven. Toch slaat het zaakje niet te pletter op aarde want ze gaan ook met 40.000 kilometer per uur rechtdoor. De aarde is bol dus elke kilometer recht vooruit vergroot weer de afstand tot de grond. Als je vanaf Rotterdam volkomen vlak – dus waterpas – rechtdoor rijdt, zit je in Duitsland al honderd meter in de lucht. Als je heel, heel, heel hard waterpas recht vooruit rijdt, zakt de bolle aarde even snel onder je vandaan als dat je ook weer terug naar beneden valt. Een delicate balans tussen vooruit razen en naar beneden vallen. Net als een astronaut die zweeft boven de dampkring.
Iemand als Ickema kan dat vast nog beter uitleggen. Gewoon op een klapstoeltje in Dwingeloo of in Hilversum. Zonder glitter en glamour. Fascinerend!

Reacties

Laat je reactie achter!