Waarom wil jûh dat weten dan?

Geplaatst op 6 September, 2010 
Bewaard onder What the vak

Jaren geleden werkte er een voorlichter bij de politie Rotterdam-Rijnmond die op alle vragen van journalisten antwoordde: ‘Waarom wil jûh dat wéten dan?’ Hij werd al gauw een running gag op alle redacties in de Maasstad. Misschien was hij een tikkeltje te lui maar later drong toch ook de verpletterende importantie van zijn wedervraag tot mij door.

Wat?
Ik was toen – o toeval – hoofd Communicatie van datzelfde korps . Tja, waarom willen mensen dingen weten? Of beter: wat willen mensen weten? Die vraag hield mij als ex-journalist meer bezig dan ooit, juist omdat er in mijn nieuwe politieomgeving zo weinig over werd gesproken. Om mij heen zag ik communicatieaviseurs en –medewerkers die met ogenschijnlijk gemak allerlei boodschappen de wereld inzonden. Is communicatie dan toch hetzelfde als reclame? Je wilt een boodschap verkopen dus ram je die door de strategisch gekozen communicatiemix. Maak het nog een beetje interactief en crossmediaal en klaar is kees.
Natuurlijk is er een wezenlijk verschil tussen communicatie en reclame. Een machtig mooi verschil. Wie gelooft dat communicatie een kringloop is tussen zender en ontvanger, heeft de plicht om na te denken over wat er dan valt te communiceren. Dat is dus niet alleen wat de organisatie graag wil vertellen. Er zijn onderwerpen die de bazen liever onder het tapijt vegen, maar waarmee een communicatieprofessional zich namens de organisatie toch kan onderscheiden van de reclamemaker. Communiceer ook eens wat de organisatie niet kan of wil. Dat zou een reclamemaker nooit doen.

Gevoelig
Een mooi voorbeeld is de politie die nooit overal tegelijk kan zijn en dus moet ‘prioriteren’. Vrijwel geen enkel korps vertelt hierbij het hele verhaal omdat prioritering nu eenmaal gevoelig ligt. De korpschefs willen zelf kunnen bepalen waar de dienders hun tijd aan besteden. Het is ook een spel tussen korpschefs en burgemeesters in de regio die natuurlijk altijd meer, meer, meer willen. De politie Rotterdam-Rijnmond heeft hier extra veel last van omdat er zoveel evenementen zijn die de nodige politieinzet vereisen. Het waren er 1700 per jaar, totdat de strandrel bij Hoek van Holland de gemeente Rotterdam dwong om daar nog eens kritisch naar te kijken.
Was het vanuit de kringloopgedachte geen goed idee geweest om burgers en bestuurders inzicht te geven in de politiebezetting op straat na afloop van alle risicovolle evenementen? Met andere woorden: in hoeverre verstoren alle grote evenementen de veiligheid op straat? Het idee kwam even voorbij maar de korpsleiding schoof dit snel terzijde. Het zou politieke zelfmoord zijn om in een klimaat van ‘Rotterdam omhoog’ te gaan zeuren dat de veiligheid tussen de evenementen door onder druk staat.

Goed geïnformeerd
En staat die veiligheid onder druk? Geen idee, er wordt niet over gecommuniceerd. Niet intern en zeker niet richting burgers en ketenpartners. Het vak zou enorm aan kracht winnen als dit wel gebeurt want in de ware kringloop mag de ontvanger ervan uitgaan dat hij serieus wordt genomen. Hij wordt niet alleen geïnformeerd, hij wordt ook ‘goed’ geïnformeerd. Zeker als het gaat om veiligheid.
Zou de afloop van de strandrellen in Hoek van Holland anders zijn geweest als de politie eerder feitelijk had gecommuniceerd waar het op stond? Het had de politie wel een sterkere positie gegeven: I told you so klinkt zelfingenomen maar is ook moeilijk te weerleggen. En los van alle politieke handigheid, burgers hebben domweg het recht te weten wat zij moeten weten. Zelfs als zij nog niet weten wat zij moeten weten. Dáárin ligt de verantwoordelijkheid en suprematie van de communicatiemens ten opzichte van de reclamemaker.

Reacties

Laat je reactie achter!